En toen de Outback in ... (deel 1)

Toen we nog geen vliegennetjes hadden ...

Het is al weer een tijdje geleden, maar we pakken de draad gewoon weer op. Na het geweldige Fraser Island, konden we helaas niet verder door naar het noorden. Het had ontzettend veel geregend aan de oostkust, er was nog een cycloon langs geweest, delen van de Highway stonden blank en we konden het risico niet nemen om vast te komen zitten. En dus hebben we tot onze spijt niet een week gezeild langs/door de Whitsundays, niet gedoken bij het Great Barrier Reef, maar zijn we bij Rockhampton al doorgestoken. De Outback in.

Ooit, ooit komen we nog terug voor dit stukje en voor Kakadoo en voor Katherine en voor ….



De Outback, lange stukken rijden, niets te zien of te beleven was ons verteld. Maar wij vonden het eigenlijk wel mooi. Je kunt zo ver kijken en het is nog zo begroeid. Niet meer de bossen zoals langs de Oostkust, maar wel boompjes en gras. Geen woestijn, zoals we de kinderen hadden beloofd. Je ziet bergen, waar je nooit schijnt te komen en af en toe een stukje van de rode aarde.

Ons eerste stuk was tot Blackwater. Een plaats van niets, maar wel met steenkolengroeve. Een camping van niets, vol met semi-permanent bewoonde caravans van stoere mannen die in ploegendienst (en ze vertrekken vroeg!) in de groeve werken. We kwamen aan het eind van de dag aan en zijn de volgende vroeg maar weer verder getrokken. Tot aan Winton dit keer. Wat vroeger aan gekomen, een wat betere camping met maar 1 medecamper en … een zwembad. Heerlijk. Vroeg donker, dus lekker lang sterren kijken. We hebben ook nog een roadtrain (53 meter!) zien rijden en in het donker kun je pas goed zien hoe lang ze zijn, want ze hebben overal lampjes.

De volgende dag weer vroeg verder getrokken naar Mount Isa. En daar zijn we twee nachten gebleven. Groot zwembad en daar durfde Milan eindelijk van een traptrede (die al in het water zat) in het zwembad te springen. Wij juichen en ik hoor Peter nog zeggen dat hij het komende halfjaar kan wennen om van de kant in het water te springen. Maar … de volgende dag was er een jongetje dat kleiner was dan hij en die durfde al van de kant te springen. Je zag Milan naar hem kijken en hij zag dat het jongetje alleen maar aan het lachen was, hoe erg kon het zijn moet hij gedacht hebben en toen sprong hij er ook in. En kennelijk was het helemaal niet erg, want hij bleef springen!!! Voor ons een enorme mijlpaal, want Peter heeft zeker een jaar iedere woensdagochtend met Milan gezwommen en kreeg hem niet zover om het water in te springen. ’s Avonds op zoek gegaan naar wilde kangaroes, maar hebben alleen maar sterren gezien en heel veel kikkers (geen giftige). 

Toen door naar de splitsing voor noord (Darwin) en zuid (Alice Springs en verder). Dat is zo gek, je rijdt al dagen op kaarsrechte wegen, alsmaar rechtdoor en dan opeens sta je op een T-splitsing! Links of rechts, kies maar. Nu hadden wij weinig te kiezen, want het noorden past helaas niet in ons reisschema, maar bovendien was de weg naar het noorden ook afgezet, je mocht er niet eens door (het had teveel geregend hoorden we later). In Tennant Creek hebben we overnacht en eindelijk eens een termietenheuvel onderzocht. Langs de weg zie je ze eindeloos staan, zoveel dat het soms net allemaal grafzerkjes lijken zo vol staat het er mee. Maar we hebben maar een paar hoge gezien, in Brazilie hadden we ook veel van de heuvels gezien, maar daar waren ze echt indrukwekkend groot, dat viel hier een beetje tegen.

En toen door naar Alice Springs. Uiteraard eerst langs de Devils Marbels. Enorme ronde rotsblokken van graniet (ze noemen het hier, maar ook in NZ, boulders), van miljoenen jaren oud. De aboriginals geloven dat het de eieren zijn van de regenboog slang. We hadden er wel eens plaatjes van gezien, maar hadden ons niet gerealiseerd dat het er zoveel waren!  Uiteindelijk kwamen we aan in Alice Springs, wat een enorme plaats voor in the middle of nowhere. En voor het eerst ook overal Aboriginals.

We stonden op een grote camping, 2 grote zwembaden en een goede schaduwrijke plaats. Want wat was het daar warm! Daar moesten we echt even aan wennen, dagelijks 40 graden. Op zondag hebben we meegedaan aan het pannenkoekenontbijt op de camping, we zijn gaan wandelen in de MacDonnell Ranges (zonder vliegennetjes, die zijn we daarna heeeeeel snel gaan kopen), we hebben in het stadje geshopt en we zijn naar de School of the Air geweest. Dat was wel heel speciaal. Het gaat allang niet meer per radio e.d. Tegenwoordig hebben alle kinderen die te ver van een school vandaan wonen een computer en krijgen ze via Internet les. Het signaal gaat eerst over land naar Sydney en vandaar per satelliet naar de kinderen, met een vertraging van 4 seconden. De kinderen krijgen iedere twee weken schoolwerk voor 10 dagen en moeten dat dus afhebben. Ze krijgen iedere dag maar een uurtje les via de school, de rest moeten ze met hun ouders of begeleider doen. Net als onze kinderen eigenlijk.

 

We hebben wat mailtjes gekregen over hoe het gaat met lesgeven. Het is eigenlijk heel eenvoudig. We zeggen “school” en ze pakken hun spullen, wij starten de computer waar de handleidingen op staan en we gaan aan de slag. Milan moet in de tussentijd een tekening maken in zijn dagboek, speelt met al zijn dieren en ridders of zit achter de gameboy. De kinderen hebben niet de hele tijd begeleiding nodig, dus er is tijd om met z’n tweeen drie kinderen les te geven en een vierde bezig te houden. De bijgeleverde handleidingen zijn bijna volledig dus je weet wat je wanneer en hoe moet uitleggen. Al ben ik blij dat Peet er is voor het rekenen van Maaike, hij heeft nu eenmaal een beter getalgevoel en weet waarom het zus en zo moet. Waar ik alleen maar weet hoe het moet en niet het waarom er achter. We zijn nu redelijk bij met alles. Tijdens de lange autoritten door de outback, rijden we eerst een uurtje, gaan dan ergens ontbijten, dan ga ik achter zitten en een van de twee oudsten gaat voor. Dan geef ik Kiki en een van de andere meiden les. Dit omdat Kiki in de auto alleen rekenen kan krijgen, als zij daarmee klaar is, gaat zij naar voren en krijgt de derde ook les. Rond half een wordt er geluncht en dan gaan we weer verder. Zo gaat zo’n lange reisdag eigenlijk heel snel voorbij. En missen we geen schooldag. Rond drie uur komen we meestal aan (dan is het schoolwerk allang af) en is de rest van de middag vrij. Ideaal.

 

Nog even over Milan en zwemmen, na het succes van het springen in Mount Isa, heeft hij in Alice Springs het onderwater zwemmen ontdekt. Hij neemt een grote hap lucht en gooit zijn hoofd in het water en vindt het nog leuk ook. Hoe snel kan het gaan als je iedere dag zwemt!

 

Volgende keer verder naar Kings Canyon …

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen