De Outback deel 2

Na een leuke tijd in Alice Springs vertrokken we, gewapend met vliegennetjes, naar Kings Canyon. Een canyon met 100 meter hoge, rechte wanden. Uiteraard rood/oranje gekleurd. Het was voor ons, wederom, een lange tocht, want met onze camper moesten we een omweg maken, via de geasfalteerde weg. Maar ach, daar draaien wij inmiddels onze hand niet meer voor om. Schoolboeken klaar en gaan maar!



Rond een uur of 1 weer gestopt voor de lunch en op de desbetreffende stopplek troffen wij een man aan van rond de 60, een duitser die al 17 jaar lang door Australië aan het trekken is. Eerst met de fiets, maar nu al 13 jaar lopend met twee dromedarissen, een hond en een karretje waar hij een klein zonnepaneeltje op had gezet. De dromedarissen waren er alleen voor het karretje, hij liep alles zelf. Ook hij was op weg naar Kings Canyon en verwachtte er over een dag of 4 aan te komen. Wij kwamen er anderhalf uur later al aan. Een enorme camping met enorm weinig kampeerders. Grappig is dat, het is nog volop zomer, maar overal is plek zat, de zomervakantie van de Australiërs zit er duidelijk op.

Lekker gezwommen en naar de zonsondergang gekeken. Grappig: zodra de zon onder is, zijn de vliegen verdwenen. ’s Avonds nog samen naar de sterren gekeken, wat zijn het er veel als het om je heen donker is en je ook nog eens zo’n weids uitzicht hebt!!!

 

De volgende morgen een wandeling door de canyon gemaakt en vervolgens verder naar Yulara, Ayers Rock Resort. Nu klinkt het alsof het een luxe een resort is, maar dat is niet zo. Het is de plek waar je overnacht als je de regio van de Uluru en Kata Tjuta bezoekt. Er zijn appartementen, verschillende hotels, een camping, supermarkt, postkantoor, politiebureau en een brandweerpost. Niet echt een dorp, maar wel een gemeenschap op zich. Buiten dit plaatsje is er niets.

 

Aan het eind van de dag zijn we richting het National Park gegaan. Eerst langs het Visitors Centre voor wat extra informatie. Dan ben je dus al heel dicht bij de Uluru. Het is een imposant gezicht: zo’n groot brok rots terwijl alles eromheen vlak is. En dan ook nog rood! Het was indrukwekkend. Maar wij gingen die dag niet voor de Uluru, wij gingen voor de zonsondergang bij de Kata Tjuta (wat zoveel betekent als ‘vele hoofden’ in het Aboriginees, maar ze heten ook wel de Olga’s). Samen met een bus vol japanners hebben we de zonsondergang bekeken. Het was jammer dat het een beetje bewolkt was (zoals dat wel vaker zou zijn aan het eind van de dag). En dus vlak voordat de zon achter de horizon zou verdwijnen, verdween hij al achter een wolk. Evengoed toch wel mooi.

 

De volgende ochtend opgestaan om 5 uur, want wij hadden de ‘Valley of the Winds’-walk op het programma staan. Dit is een wandeling door de Kata Tjuta, die bij voorkeur zo vroeg mogelijk gemaakt moet worden. Op dagen dat de temperatuur boven de 36 graden uit gaat komen (wat al weken zo was), mag je hem na 11 uur ook niet meer maken. Maar goed, wij waren om 6 uur bij de poort van het NP, nog een flink stuk rijden en om kwart voor zeven waren wij er helemaal klaar voor: boterhammen gesmeerd, onszelf ingesmeerd, petten op, vliegennetjes op, camera’s om en waterzakken op de rug. Daar gingen we. En het was de moeite waard! Het was een ontzettende leuke en mooie wandeling. Je wandelt tussen allerlei rotsen door, ze zijn rood (in de schaduw) en oranje (als de zon erop schijnt). Je moet soms echt met handen en voeten klimmen, het is heel afwisselend en dat maakt hem dus heel leuk. We waren wel erg blij dat we zo vroeg begonnen waren, want zodra de zon eenmaal op is, is het bloedheet. Wij hadden geluk dat we het begin van de tocht nog redelijk in de schaduw hebben kunnen lopen, maar rond 9 uur staat hij hoog genoeg om bijna de hele tocht te verschroeien. En nog een voordeel als je zo vroeg gaat: het is rustig en stil. De kids hebben weer super gelopen. Verder de hele dag gezwommen, af en toe lekker koel in de camper zitten en lessen.

 

De volgende dag ging de wekker weer om 5 uur, dit keer voor de wandeling rondom de Uluru. Deze is niet zo zwaar als de wandeling de vorige dag, maar hij schijnt heel bijzonder te zijn als je hem loopt terwijl de zon opkomt. En dus probeerden we er voor zonsopgang te zijn. Nu krijg je iedere dag de tijden van de zonsonder- en –opgang door van de campgroundleiding, maar ze zitten er toch wel een beetje naast. Toen wij begonnen te lopen was de zon al echt een beetje op, terwijl dat zeker 20 minuten later zou moeten gebeuren! Maar goed, niet getreurd en op weg. Een aardige wandeling, maar van dichtbij is de Uluru toch anders, minder imposant, meer gewoon een rotswand, waar je naast loopt. En ook vandaag de rest van de middag doorgebracht op de camping. Aan het eind van de dag zijn we ruim op tijd (we vertrouwden inmiddels de tijden niet meer) naar de Uluru vertrokken voor de zonsondergang. En we waren op tijd. We hebben de zonsondergang meegemaakt (ook hier weer met lichte bewolking) en zijn heerlijk blijven zitten toen iedereen na het moment weer wegreed. Da’s een voordeel van de camper: je hebt alles bij je. En dus avondeten gemaakt terwijl het langzaam steeds donkerder werd. En toen het helemaal donker was en het eten op, zijn we achterover leunend in onze stoeltjes naar de sterren, vallende sterren en satellieten gaan kijken. Totdat we om kwart voor 9 echt weg moesten, want het park gaat dicht om 9 uur. En reken maar dat ze alles controleren, geen stiekeme overnachtingen in het park!

 

De volgende dag, jawel daar ging hij weer: 5 uur. Nu hebben we de kids laten liggen en zijn heel zachtjes naar de Uluru gereden. Ze hoefden vandaag immers niet meer te wandelen: we gingen voor de zonsopgang. En ik moet heel eerlijk zeggen dat ik dat stiekem veel mooier vind, dan de ondergang. Het frisse oranje van een nieuwe dag spreekt mij gewoon meer aan dan het donkerrode van de aflopende dag. Maar dat schijnen de meeste mensen niet te vinden. Voor de foto’s zaten we top, want Peter is op de camper geklommen en kon zo de mooiste foto’s nemen zonder andere mensen of auto’s op de voorgrond. Wij hebben er gewoon van genoten.

En toen … waren we klaar bij de Uluru en de Kata Tjuta. We vonden het mooi, leuk en indrukwekkend en geweldig dat we hier zijn geweest, het hebben gezien en beleefd.

 

 

P.S. Na de enorme vooruitgang van Milan en het zwemmen op de vorige campings, ging hij in hetzelfde tempo door. Bij de Uluru wilde hij wel proberen om zonder bandjes te zwemmen. En dat gaat super! Alleen komt hij niet boven water. Maar met ogen open en volle longen weet hij onder water feilloos ons of de trap te vinden (waar hij kan staan). En zijn bandjes wil hij inmiddels niet meer aan (helaas voor hem moet dat toch soms van ons).

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen