Xi'an: historie en toch modern

Na een treinreis van een kleine 12 uur, kwamen we aan in Xi'an. Het is ideaal: je stapt op om 9 uur ’s avonds op de trein, naar bed en de volgende ochtend om half 9 ben je op de plaats van bestemming. Klein nadeeltje: het zijn wel ontzettend harde 'bedden'!



Nu waren we wel wat gewend van de eerste week in Beijing: de bedden zagen er heerlijk uit, maar het waren net planken met een matje erop. Maar de bedden in onze ‘hardsleeper’coupe waren gewoon planken, zo hard. Daarom heet het ook ‘hardsleeper’, ik weet het. Maar het zijn de enige coupes met 6 bedden. Nog even beschrijven hoe zo’n coupe eruit ziet: ongeveer 2 x 2 meter, met in het midden een smal looppad en opening om in en uit te lopen. Geen deur, geen gordijn. Aan beide zijden zijn er drie smalle (2 x 0,80 m) bedden. Voordat je gaat slapen, zit je dus op de onderste bedden en in het gangpad zijn er nog twee klapstoeltjes per coupe.

 

Uiteraard hadden we ook in de trein weer een hoop bekijks. Maar toen de kinderen eenmaal in bed lagen, keerde de rust ook gauw weer terug. Het licht ging uit om 10 uur en slapen maar. Wederom geen gespuug of gerochel, zou dat dan toch een verhaal van vroeger tijden zijn?

                                                                                           

Xi’an is een moderne stad en toeristen gewend. Ook hier verwachten ze in de nasleep van de OS volgend jaar meer toeristen: de oude binnenstad is opgeknapt, de stadsmuur is weer intact, de poorten opgeknapt, de Bell en de Drum Tower zijn weer blinkend  en overal worden ultramoderne shopping malls worden uit de grond gestampt. Uiteraard is de Mac present, de KFC en de Pizzahut.

We hadden een prima hotel in het midden van de stad, recht tegenover de Bell Tower, dat was ideaal. Alles binnen de oude stad op loopafstand en voor de rest waren er volop taxi’s. Maandagochtend dus aangekomen en na even te hebben gedoucht, zijn we de stad gaan verkennen.

De volgende dag was het uiteraard tijd voor het terracotta leger: DE bezienswaardigheid van Xi’an en men zegt de tweede toeristische bestemming van China, na de Chinese muur. We hadden een gids en die noemde het zelfs het achtste wereldwonder, in navolging van iets wat Chirac ooit bij zijn bezoek in het gastenboek had geschreven. Dat vonden we een beetje overdreven, maar je kunt er bijna niet omheen als je in China bent. Voordat je bij de hallen met informatie en beelden aankomt ben je zo 10 minuten onderweg. Er is en wordt van alles voor de gebouwen waar het om gaat, gebouwd: restaurantjes, winkeltjes, fonteinen, en iets wat op een hotel lijkt, maar dan ben je toch eindelijk bij de poort. Eerst maar de algemene informatie. Leuk om te zien hoe het er oorspronkelijk uitzag: gewoon een veldje met hier en daar een boom. Nietszeggend, totdat iemand ging graven voor een waterbron en op een terracotta beeld stuitte, pas in 1974! Van de omgeving van vroeger is niets meer over. Zowel van het veldje niet als de wijde omgeving, waar nu overal huisjes en terracottafabrieken staan.

Het leger zelf staat verdeeld over drie hallen, begin bij nummer 3, dan 2 en als laatste 1. Dan blijft het leuk. Hal 3 is nog niet uitgegraven, hier bevinden zich heuvels waaronder nog beelden zitten. De beelden zijn namelijk beschilderd  en het schijnt dat de kleur binnen korte tijd vervaagt en verdwijnt als het met zuurstof in aanraking komt. Totdat ze daar een methode voor gevonden hebben, laten ze de beelden onder de grond. Onze gids vertelde dat ze had gehoord dat 3 Duitse onderzoekers iets hadden ontwikkeld, maar zij had nog nooit iemand aan het werk gezien in een van de hallen, dus …

De volgende hal stelde volgens onderzoekers het hoofdkwartier voor, hier was namelijk een promotiestaf/-wapen gevonden. En dan eindelijk de laatste hal: daar staat het leger, althans een deel van het leger, zo’n 2.000 beelden. Ze staan in gevechtspositie en zijn naar het oosten gericht, omdat daar in de tijd van keizer wiens tombe ze bewaken (Qin Shi Huang), het gevaar vandaan kwam. Ze hebben allemaal een eigen, uniek gezicht. De wapens die ze vasthielden (zijn nu allemaal weggehaald), waren zo behandeld dat ze nu nog scherp zijn, geen roest en corrosie.

Het was geweldig om er te zijn, omdat we er al zoveel over gelezen en gezien hebben, en toch … valt het dan een beetje tegen. Wat je ziet op foto’s en tv is toch vanuit een bepaalde hoek genomen en de hal is zo groot, dan staan er in verhouding niet zo heel veel beelden in. Ze zijn inderdaad allemaal anders, ze zijn uniek, de hoeveelheid is uniek, de gedetailleerdheid van de beelden is enorm: zelfs de voetzolen van de boogschutters zijn bewerkt, de haren, de vlechtjes, alles is tot in detail uitgewerkt. Heel knap! Misschien maakt een enkel beeld van dichtbij wel meer indruk dan hal 1 met de meeste beelden. Er schijnen in ieder geval 6.000 beelden te zijn, maar misschien nog wel meer, nog niet alles is onderzocht. Hoeveel mensen zullen er niet aan gewerkt hebben?

 

En toen hadden we nog 2,5 dag over om de rest van Xi’an te bewonderen. We hebben over de stadsmuur gewandeld, die weer helemaal in ere is hersteld. Het schijnt dat je nu een rondje kunt wandelen, iets wat wij niet gedaan hebben: ongeveer 14 km. Je kunt ook fietsen huren en er overheen fietsen; ook niet gedaan: Milan paste niet. We hebben wel de Bell Tower bezocht en de Wild Goose Pagooda. We zijn naar een museum met de zwaarste collectie boeken geweest: stenen boeken! En we hebben heerlijk gegeten. Overal maar een beetje aanwijzen, het lukt toch telkens weer. De kinderen moeten alles proberen en er is altijd (gebakken) rijst of noodles en ei, dus verhongeren zullen ze niet. De meeste dingen op een stokje durven ze niet meer te eten, sinds we in Beijing naar een eetstraatje zijn geweest en ook dumplings willen ze niet meer. Ze hebben het geproefd en Sanne en Kiki zeiden tegelijk: het is net of we kwal eten, of ze dat alsjeblieft niet meer hoefden te eten.

 

Uiteraard hebben wij ook de souvenir-industrie een impuls gegeven, 5 doosjes met kleine terracotta nepkrijgers en 1 wat grotere boogschutter en de namen van de kinderen in chinese tekens (de tekens zijn de klanken van hun naam), zijn inmiddels naar huis gestuurd.

 

En als laatste moest het toch gebeuren: de kapper. Even vrouwenpraat. We hadden via een vriendin van onze gids een goede kapper doorgekregen, de naam was er alleen in Chinese tekens: daar zouden ze vast niet veel Engels spreken. En dat klopte. Het was een grote kapsalon, geen engels, maar ze begrepen wel dat het voor mij was, dat ik geknipt wilde worden, ze maakte de prijs duidelijk en nadat dat betaald was, werd ik aan de hand meegenomen naar de wasbakken om mijn haar te laten wassen, vervolgens aan de hand naar de stoel. Een van de kappers, een jonge jongen, keek eens naar mijn haar, vol met pieken en dooie punten en deed een voorstel wat hij er vanaf zou halen. Ik heb maar geknikt en toen ging hij aan de slag. Het bleek best veel te zijn wat er af ging, maar ik kon niet meer terug. Na het knippen, nog even fohnen: het zat echt goed. En nog steeds: mijn haar is een heel stuk korter, maar het zit goed, ik kan het weer los dragen. Doe dat maar eens na in Nederland: wassen, knippen en in een leuk model fohnen voor 3 euro!!!!!!

 

Maar goed, na nog een ijsje zat Xi’an erop, we gingen weer verder. Chengdu en dan met name de Giant Panda Breeding Research Base, zijn aan de beurt.

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen