Tibet: heel, heel, heel bijzonder (deel 1)

Voor Potala Palace

Na twee weken China, belandden we dan op het Tibetaans Plateau, het Dak van de Wereld. Voor ons toch een beetje mysterieus land, zo gesloten, letterlijk (omringd door bergketens) en figuurlijk (want pas sinds halverwege de jaren 80 open voor het toerisme). Lhasa ligt nog redelijk laag: 3600 m, maar voor ons al erg hoog. Opletten voor hoogteziekte dus.



We kwamen vliegen uit Chengdu en hebben 2 uur lang boven bergen gevlogen. Landen gebeurt op Gongkar Airport, de enige plek die genoeg ruimte heeft voor een start- en landingsbaan, dicht genoeg bij Lhasa. Vervolgens moet je dan nog een uur rijden naar Lhasa en dan hebben we geluk, want de nieuwe weg naar Lhasa is net (8 maanden af), anders was de rit al gauw twee uur. We hadden trouwens ook nog met iets anders heel veel geluk. Vanuit het vliegtuig hadden we al een zandstorm gezien en toen we geland waren raasde hij over de landingsbaan. De piloot vertelde dat als we 5 minuten (!) later waren aangekomen, we niet hadden mogen landen en terug hadden moeten gaan naar Chengdu.

 

We werden opgewacht door Losang, onze gids. Een Tibetaan, die goed engels spreekt en heel veel afweet van de historie, cultuur en boeddhisme. Hij vertelde gelijk dat we alles rustig aan moesten doen de komende 24 uur en gaf zelf het goede voorbeeld door heel langzaam te lopen. We hadden ons uiteraard ingelezen en de kinderen dit ook al op het hart gedrukt, maar hij zei dat kinderen er op de een of andere manier geen last van hadden. Wat een opluchting!

 

Maar … wat bleek hij daar achteraf naast te zitten.  We stapten in het busje en gelijk begon hij allerlei dingen die we zagen uit te leggen, te verduidelijken, we zaten er meteen in. Bij de kinderen zag je na tien minuten rijden langzaam alle ogen dichtgaan. Een beetje raar gezicht, ze konden opeens (kwart over 4 ’s middags) hun ogen niet meer open houden en een voor een vielen ze op onze schoot in slaap. Oorzaak uiteraard: minder zuurstof, daar word je moe van.

 

Bij aankomst in het hotel duurde het even voor we eruit waren wat voor kamers we zouden nemen en Kiki trok steeds witter weg. Even wachten en ja hoor: spugen. Daarna ging het wel weer, maar helemaal lekker voelde ze zich niet. Snel wat eten, douchen en naar bed dan maar. Tijdens het eten voelde Maaike zich niet lekker en hoefde niets. ’s Avonds en ’s nachts moesten Kiki en Maaike nog verschillende keren spugen en had Milan pijn in zijn buik. Peet en ik hadden hoofdpijn. En Sanne, ons kind dat in ieder bewegend object ziek wordt (zij voldoet echt aan de engelse term ‘motion sickness’, het Nederlandse ‘wagenziekte’ is voor haar niet toereikend), had nergens last van. En dat had ze ook wel eens verdiend!

De eerste echte dag in Lhasa was het ergste leed geleden, alleen Maaike was nog niet optimaal. Dat is ook waarom ze op de hoofdfoto voor het Potala Palace ontbreekt, bij iedere stop moest ze even zitten en dat was uiteraard prima.

 

De eerste dag in Lhasa, de heilige stad van Tibet, hebben we de twee belangrijkste gebouwen bezocht. Als eerste Potala Palace, het gebouw van de plaatjes. Het winterpaleis van de Dalai Lama als hij nog in Tibet zou mogen verblijven. Het is verdeeld in een rood en een wit gedeelte, waarbij het rode gedeelte altijd hoger hoort te liggen dan het witte. Het rode was voor de Dalai Lama en geestelijke zaken, dingen die met het boeddhisme te maken hebben (het religieuze deel), het witte gedeelte was voor regeringszaken (het administratieve deel).

Het is een enorm gebouw, 13 verdiepingen, 1600 m hoog en heeft 1000 kamers. Omdat het zo hoog is, zijn de muren van de bovenste verdiepingen niet volledig van steen, maar deels gemaakt met takjes, zodat het niet te zwaar drukt op de onderste verdiepingen en instort. Dit is ook een reden waarom er maar maximaal 2000 mensen per dag in mogen en je in een tijdgroep wordt ingedeeld, geen idee met hoeveel mensen tegelijk maar het waren er volgens mij niet echt veel. Wij zaten in de groep van kwart voor 10 naar binnen. En dan is het klimmen geblazen, trappen, trappen, trappen. En in een heeeeeel rustig tempo: we waren immers nog geen 24 uur in Tibet en een lichte hoofdpijn kwam al weer opzetten. Het gebouw zelf is heel imposant, de geschiedenis erachter heel interessant: meer dan de moeite waard!

Na het paleis hadden we twee uur ‘vrij’, Maaike vlug in bed gestopt om te slapen en wij  lunchen en uit rusten. Dat deed iedereen goed, we konden er ’s middags weer tegen aan, zelfs Maaike!

 

’s Middags de Jokhang tempel bezocht, de heiligste tempel van Tibet, gebouwd op een meer rondom het boeddhabeeld dat de Chinese prinses, de derde vrouw van Songsten Gampo had meegenomen. Het is een heel bijzondere tempel, met prachtige muurschilderingen waarop in een soort stripvorm verschillende gebeurtenissen/geschiedenis wordt verteld. Wie ooit naar Lhasa gaat, wat wij iedereen aanraden (wat een stad, wat een mensen, geweldig), moet dat zeker met een gids doen (een Tibetaan welteverstaan, want de Chinese gidsen schijnen niet meer te weten dan wat er in de boekjes staat). Het is zoveel waar je uitleg over krijgt, waar je uitleg over wilt, vaak teveel om te onthouden. Maar nogmaals, wij hebben een supergids, die telkens de belangrijkste informatie weer herhaald, bij ieder belangrijk boeddhabeeld weer zei wie het was, waar hij voor stond, deze dingen blijven wel hangen. Voor de tempel zijn veel mensen aan het bidden, op de voor hun gebruikelijke manier: handen tegen elkaar omhoog, voor het gezicht, voor het hart en vervolgens op de grond gaan liggen. Jong en oud allemaal gaan ze op de grond, de meesten met een kleedje, maar er zijn er bij die gewoon met de knieen op keer op keer op de grond gaan.

Na de tempel hebben we de pelgrimsweg/bedevaartsgang, de Kora, rondom de tempel gelopen. En toen: waren wij de attractie! Heel veel gelovigen liepen deze weg en toen ze de kinderen zagen, vonden ze het meer dan geweldig om hun aan te raken, hallo te zeggen, een beetje teveel mensen waren het soms. Peter had Milan opgetild, Kiki hield zijn broek vast en op een gegeven moment kon ik hem niet meer zien, zoveel mensen stonden om hun heen. De gids heeft ze wat weggestuurd, maar het bleef voor de twee kleintjes toch wel wat overweldigend, zo op hun eerste echte dag hier. Ze waren wel wat gewend, maar niet zoveel en ook niet zoveel oude mensen, met zoveel rimpels en met zo weinig tanden. Af en toe wilde ik zeggen: ‘Jullie zijn toch bezig met een pelgrimsgang, bidden dan en maak je rondje af.’ Maar zo streng is het geloof ook weer niet, er is best tijd om even te stoppen met het prevelen (‘Om Mani Padme Hom’) en draaien aan de gebedsmolen en te kijken naar vier kleine kopjes blond haar.

We gaan er nog wel een keer naar toe, want het is niet alleen een pelgrimsweg, het is ook een marktstraat en een plek waar Tibetanen uit alle windstreken heen komen en daarnaast DE plek om souvenirs te kopen, maar dan op een ander tijdstip, lunchtijd of zo.

Ieder klooster of tempel maar ook Potala Palace heeft zo’n Kora, de Tibetanen lopen deze biddend met een gebedsmolen in de hand en draaiend aan de bidwielen die langs de zijkant bevestigd zijn. Het is een soort surrograat van in de tempel zijn geweest en geofferd te hebben. Er zijn zelfs mensen die de pelgrimsweg afleggen op de ‘bidmanier’, dus om de twee meter op de grond gaan liggen.

 

Op de tweede dag stonden er twee kloosters op het programma. Het eerste, Drepung ‘(berg van rijst’) Klooster, is het grootste klooster van Tibet. Het was er heerlijk rustig toen wij er waren. Voordat de Chinezen hier kwamen in 1959, waren er hier rond de 7000 monniken, nu nog maar 600. Hier hebben we ook gezien hoe de oude nonnen leven. Het is namelijk zo dat een nonnenklooster niet bij de stad mag staan, maar op de berg. Een mannenklooster mag kiezen. We hebben de kloosters gezien, hoog tegen de berg aangebouwd. Als een non oud wordt, is de tocht naar het klooster niet meer te maken en zijn ze kennelijk niet meer nuttig genoeg en moeten ze beneden gaan wonen. En dat gebeurt dan vaak in grotten of hutjes.

 Na de lunch zijn we naar het Sera Klooster gegaan. Hier zijn er iedere middag tussen half 4 en 5 uur debatten tussen de monniken, waarbij op traditionele wijze wordt aangegeven of het antwoord goed of fout is. Soms lijkt het op een quiz, maar soms gaat het er verhit aan toe en ontstaat er een echt debat, waarbij soms wel 20 monniken zich ermee bemoeien. Normaal vinden de debatten slechts 1x per jaar plaats, maar omdat dit klooster niets heeft wat een toerist interessant vindt, debatteren ze iedere middag. Een beetje een show dus. En zo ziet het er voor ons ook wel uit, want wij verstaan immers geen woord van wat ze zeggen. Voor hetzelfde geld hebben ze het over wat ze die avond zullen eten. Maar wij vonden dit klooster wel degelijk boeiend!!! Tijdens het bouwen van het klooster hebben ze een gouden paard in de grond gevonden, daar komt ook de naam vandaan (al heb ik ook gehoord dat de naam ‘barmhartige hagel’ betekent om de concurrentie met Drepung aan te geven. Drepung betekent ‘ berg van rijst’ en hagel vernietigd rijst). En aangezien de beschermingsboeddha (dat zijn de boeddha’s die er als een monster uitzien) van de vrouwen en kinderen een paard op zijn hoofd heeft, wordt dit klooster vooral bezocht door gelovige vrouwen en mannen met kinderen. Als je de mensen volgt kom je door een smalle rondgang om een boeddhabeeld heen plotseling bij de genoemde beschermingsboeddha (Hayagriva (?)) met daaronder in de grond een gat waar dan dat gouden paard zou zijn. Vervolgens krijgen kinderen een zwarte stip op hun neus, dat beschermt hun tegen boze geesten/dromen ’s nachts. Toen wij langsliepen, kwam er een monnik naar ons toe en gaf Maaike een witte sjaal en een veeg op haar neus voor ‘blessing’ en uiteraard wilde hij de anderen ook zegenen. Iedereen, behalve Milan, was er wel verguld mee, het was een mooie ervaring.

 

Zoals al gezegd: rondom ieder klooster is ook een pelgrimsweg, een Kora, die vaak heel mooi zijn. Wij hebben alleen die rondom de Jokhang tempel gelopen, de anderen zijn rondom de kloosters in de bergen en zijn al gauw te lang en/of te zwaar voor de kinderen. Maar wie nog gaat zonder of met grotere kinderen: doen!

 

De volgende dagen gaan we naar Shigatse en Gyantse.

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen