Tibet ... en het bleef maar indrukwekkend

Na de heilige stad Lhasa, ging de reis naar Shigatse de twee na grootste stad van Tibet. We kwamen op het hoogste punt van onze reis: 4800 m, de Kamba-La-pas, keken uit op de Nojin Kangtsang berg van wel 7200 m hoog en dat allemaal op Kiki’s verjaardag!



Uiteraard begon de dag met zingen voor Kiki en, surprise, surprise, ook nog een klein cadeautje al hadden we afgesproken dat ze pas thuis in Nederland hun verjaardagscadeautjes zouden krijgen. Daarna snel ontbijten en daar gingen we.

Rijdend door het plattenland van Tibet heb je het gevoel dat je terug in de tijd gaat. Overal kleine akkertjes, die met een schep stenenvrij worden gemaakt. Die met een handploeg, voortgetrokken door twee yaks, worden omgeploegd en met de hand worden ingezaaid. Overal boerderijen, ommuurd waarbij je door een dubbele deur binnenkomt en dan op het ‘erf’ staat. Waar de yaks en de koeien staan en liggen en waar onder de stallen zijn en de mensen boven wonen. Overal zie je keurige ronde plakken yak-poep liggen, te drogen in de zon. Soms worden ze op de muurtjes geplakt als er niet genoeg ruimte op de grond is. Dat is de ‘verwarmings’ brandstof  voor de winter.

                                                  

We reden eerst naar de Kamba-La-pas voor een uitkijk op het grootste meer van Tibet: Yamdrok-tso meer. Een prachtig spiegelglad blauw/groen meer. Hier varen de Tibetanen in de zomer vaak in hun van yakhuiden gemaakte boten (we hebben ze gezien!). Precies tegenover ons, aan de andere kant van het meer, is de Nojin Kangstang berg, de hoogste berg die we hebben gezien. Maar er is hier uiteraard een nog hogere berg: de Mount Everest, 8848 m hoog. Met zijn gezicht naar Tibet en de achterkant naar Nepal. We zijn er niet naar toe geweest, daar hadden we de tijd niet voor, maar een andere keer graag!

 

Vervolgens gingen we de berg weer af en ging het richting Shigatse de tweede stad van Tibet. Onderweg nog ergens gegeten, voor veel te veel geld, wat voelde dat flauw! En heel veel naar buiten gekeken. Overal bergen, aan een kant bijna altijd de rivier, Yarlung Tsangpo, aan de andere kant soms ook water als er een soort van irrigatiekanaal was gemaakt, maar soms ook heel droog. Wat wel opvallend was, overal langs de weg stonden jonge boompjes. Op sommige plaatsen zagen we de mensen ze ook planten of water geven. Wellicht in opdracht van de Chinese overheid geplant om het zand (wat hier ook volop is) en de droogte tegen te houden. Ze hebben het bij Beijing met de Gobi immers ook geprobeerd, al was dat tevergeefs. Maar misschien zijn de bomen ook wel bedoeld om de aanblik van het platteland wat mooier te maken, wat groener te maken. Er komen immers steeds meer, Chinese, toeristen en die moeten natuurlijk wel een rooskleurig beeld krijgen van Tibet EN dat China het allemaal heel goed doet in Tibet. Maar goed, over deze situatie in het laatste verslag meer.

 

De tweede dag in Shigatse zijn we eerst naar het Tashinlunpo klooster geweest, de zetel van de Panchen Lama, na de Dalai Lama, de heiligste man voor de Tibetaanse boeddhisten. Hij is niet gevlucht, maar voordat dat kon naar Beijing ‘gebracht’. Hij zit niet opgesloten, maar kan zich ook niet vrij bewegen.

Maar voordat je bij het klooster komt, rijdt je eerst langs een soort kopie (iets kleiner) van het Potala Palace. Het schijnt dat iedere belangrijke stad een kopie hiervan had, van waaruit de regio werd aangestuurd. Het heet dan uiteraard geen Potala Palace, maar een ‘dzong’. De meeste dzongs zijn verwoest tijdens de Culturele Revolutie, maar die bij Shigatse is weer netjes opgebouwd, al zegt onze gids, dat dat alleen aan de voorkant is …

Maar goed wij zijn dus naar het Tashinlumpo geweest. Er staat een enorm beeld (27 m hoog, een vinger is 3 meter) Maitreya Buddha (boeddha van de toekomst). Het is een mooi klooster, er wonen nu nog zo’n 600 monniken. En toen wij er rondliepen, was er op een gegeven moment een bidsessie. We hebben er eerst van boven, enigszins verstopt, naar gekeken, maar toen ze ons doorhadden, bleven ze maar naar boven kijken en lachen en anderen aanstootten. We zijn toen maar naar beneden gegaan. Om in een andere kapel te komen, moesten we door de gebedshal heen en dat was natuurlijk helemaal feest. Iedereen lachen, sommigen de kinderen aanstootten en toen we weer naar buiten liepen gaf een monnik Kiki een hand en toen ze die geschud had, wilden opeens alle monniken haar de hand schudden: ze leek wel een beroemdheid!

En dat stopte maar niet: iedereen wilde met de kinderen op de foto, iedereen bleef maar achter ons aanlopen. Ik denk dat het beroemdste Hollywood-paar van dit moment met hun kinderen hier in Tibet niet zoveel aandacht zal krijgen als wij met onze kinderen! (en dat werd de laatste dag in Lhasa alleen maar erger)

 

 ’s Middags zijn we naar Gyantse gereden. Een uurtje bij Shigatse vandaan, uiteraard weer naar een klooster, ditmaal het Pelkhor Chode Klooster. Ook hier is er weer een dzong die boven het plaatsje uittorent. Het klooster is beroemd om zijn stupa. Deze heeft 9 verdiepingen en 108 kapellen en 10.000 afbeeldingen van boeddha’s. Wij hebben alleen de onderste kapellen bekeken. Heel veel beschermingsboeddha’s gezien en de boeddha die er in 21 vormen (kleuren, waarvan wit en groen de belangrijkste zijn) is, maar waarvan ik de naam vergeten ben. Het was heel leuk om zoveel boeddha’s van heel dichtbij te zien en jammer dat je niet precies weet wie, waarvoor staat en hoe hij/zij heet. Uiteraard hebben we het gevraagd, maar het is gewoon teveel om te onthouden of uit elkaar te houden. We weten nu wie beschermingsboeddha’s zijn (dat zijn de monsters), we weten de boeddha van het verleden (die heeft een vaas), de boeddha van het heden (die heeft een (zwarte) schaal) en de boeddha van de toekomst (die heeft een stupa op zijn hoofd), Dan is er nog een 1000 armen/11 hoofden boeddha en eentje die daar heel erg op lijkt, maar het net niet is. Die laatste is de moeder van alle boeddha’s.

 

De volgende dag zijn we teruggereden naar Lhasa en werden we weer zeer hartelijk welkom geheten door de mensen van het Kailash (de naam van de heiligste berg van Tibet) hotel.’s Avonds op straat Milans broek laten maken (bij de knie helemaal doorgesleten) en lekker gegeten. De volgende dag hadden we een ‘vrije’dag en zijn we gaan lopen naar het Potala Palace om te kijken wie en wat er nu allemaal de kora liep. Maar ook dat ging anders dan verwacht. De kora werd maar wat graag even onderbroken om ons gezin te bekijken, als wij stilstonden stond er binnen 1 minuut een enorm kordon van mensen om ons heen. Het was op sommige momenten een beetje te veel van het goede. Milan werd er heel dwars van en toen hij ook nog viel, had hij het even gehad. Gelukkig kwamen we bij de bocht en daar waren de grote gebedsmolens en kon hij zijn favoriete bezigheid: ze allemaal aan het draaien krijgen (met de klok mee!), uitoefenen.

 

Onderweg terug naar het hotel ergens op straat een hapje gegeten en even uitblazen in het hotel, want er stond ons nog een pelgrimsweg te wachten: die om de Jokhang tempel. En eigenlijk voornamelijk om een paar souvenirs te bemachtigen (t-shirts voor de kinderen, gebedsvlaggen en een gebedsmolen). Gelukkig wisten we al wat we wilden, zodat we niet overal hoefden te kijken. Maar ook hier vonden de meeste mensen het een prettige afwisseling van de af te leggen weg om deze met ons af te leggen. Toen zo’n beetje heel Lhasa ze bekeken had, zijn we voor de laatste keer gaan eten en slapen onder een Tibetaanse hemel. ’s Nachts heeft het nog flink geonweerd en geregend (sneeuw op de bergen rondom Lhasa) en toen vlogen we de volgende dag weer terug naar China.

Eerst naar Chengdu en vandaar, via een krappe overstap, naar Guilin. De regio met het Karstgebergte, die van de plaatjes.

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen