Tibet, wat we nog niet kwijt konden

Er is zoveel te vertellen over Tibet, ik weet niet waar ik het allemaal kwijt moet. Daarom nu maar wat verhalen.



Tibet heeft minder dan 3 miljoen inwoners, maar dat aantal schijnt toe te nemen door het aantal Han Chinezen dat hiernaartoe verhuist. Nog even en de Tibetanen zijn een minderheid in hun eigen ‘land’, zoals de Dalai Lama al zei: een soort culturele genocide, dus.

Tot aan de Chinese invasie in 1959, was Tibet van de Tibetanen en vooral van de kloosters en de monniken, een feodaal stelsel. Alle grond was van het klooster en de mensen eigenlijk ook. De regels die golden waren die van het boeddhisme, totdat … in 1959 China het land kwam bevrijden of bezetten. Dat is maar net vanuit wiens standpunt je het bekijkt. En er zijn uiteraard meerdere gezichtspunten.

De gewone Chinees vindt de Tibetanen maar een ondankbaar volk. Voor de ‘liberation’ (want zo zien de Chinezen het) door China waren de Tibetanen immers niet vrij, hadden ze geen scholen, geen goede wegen, geen electriciteit? En dat is ook zo. Ze konden zich niet vrij bewegen, behoorden tot het eigendom van het klooster, zeg maar. Een feodaal systeem zoals wij dat in de middeleeuwen kenden. Van ieder gezin ging de slimste jongen naar het klooster, want dat was de enige vorm van onderwijs en de enige kans op een iets beter leven, de rest moest meehelpen op het land. De mensen hadden geen andere levensverwachting dan dat als ze goed leefden en genoeg offerden ze hopelijk in een volgend leven een graadje beter geboren werden.

Met de komst van de Chinezen, zijn er overal scholen en de ‘basisschool’ (iets korter dan bij ons) is gratis. Het beroep van monnik is ineens minder in trek. Maar op het plattenland is nog niet zoveel veranderd, er is nog geen riolering, de meeste kinderen stoppen met school als de gratis school klaar is, krijgen rond hun 14e/15e hun eerste kind en gemiddeld worden ze 45 jaar oud. Het is nog steeds een hard bestaan, nog steeds gaat alles nagenoeg met de hand, zijn de dagen lang. Al zijn ze wel enigszins vrij om zich te bewegen naar een ander gebied binnen Tibet of naar de stad (waar ze naar toe gaan om te bidden en te offeren, de aanlokkelijkheden van de stad niet kunnen weerstaan, alles wat ze hebben verkopen, naar de stad verhuizen, alles wat ze hebben opmaken en tenslotte gaan bedelen bij de kloosters).

Onze gids, een Tibetaan, vertelde eerlijk dat de komst van de Chinezen best goede dingen had gebracht, maar dat er andere dingen voor terug zijn gekomen. Zo kan er niet openlijk gepraat worden over de nadelen. Eigenlijk alleen in een afgesloten auto, overal kan geheime politie zijn, zelfs onder de Tibetanen. Zijn ze nog steeds niet vrij om zich te bewegen, het wordt ze redelijk onmogelijk gemaakt om naar het buitenland te kunnen gaan. En hun hoogste geestelijken zijn niet meer in het land en komen er ook niet meer naar terug. Hun cultuur wordt steeds meer opzij gezet door de cultuur van de Han-Chinees (want dat aantal neemt steeds meer toe). Bovendien is het HUN land niet meer, maar zijn ze opeens ongevraagd een onderdeel van China. Wij hebben hem gevraagd wat er gebeurt als de huidige Dalai Lama dood gaat. Waar wordt dan gezocht naar zijn reïncarnatie. Onze gids vertelde ons dat de huidige de 14e was en dat na de 14e Dalai Lama er geen reïncarnatie meer is. We kregen het niet duidelijk of dat al 100 jaar bekend was of pas nadat de Chinezen er zijn gekomen …

 

Genoeg politiek nu. In Tibet hebben ze vier soorten ‘begrafenissen’, een lucht-, water-, vuur en stupa-begrafenis. De laatste is alleen voor Dalai Lama’s, deze worden als een soort mummies in een stupa in het klooster bijgezet. Een waterbegrafenis is voor kinderen en een luchtbegrafenis voor volwassenen. Het komt er eigenlijk botweg op neer dat de lichamen in stukjes aan de vissen of de adelaars (vanaf de hoogste berg) worden gevoerd. De ziel is er immers niet meer (want gereïncarneerd) en zo blijft de ‘circle of life’ in stand. Een vuurbegrafenis is voor mensen die ernstig ziek zijn geweest of vergiftigd zijn of iets dergelijks. Dat vlees kan niet doorgegeven worden in de circle of life. Het klinkt een beetje luguber, maar de gedachte klopt wel, vonden wij. We hebben nog even getwijfeld of we het voor de kinderen moesten vertalen, maar ze hadden al iets opgevangen. Ze konden de logica er wel van inzien, maar echt leuk …?

 

Alle Tibetaanse huizen hebben een dikke zwarte rand om drie zijden van hun ramen, dat symboliseert de horens van de yak, een heel belangrijk dier in Tibet. Vaak hangt er boven de deur ook nog een schedel van een yak. Bovendien kun je de huizen waar Tibetanen wonen herkennen doordat er bovenop het dak een bidvlag staat. Ieder jaar op nieuwjaarsdag (als de winter ten einde loopt, dus later dan bij ons) planten de Tibetanen nieuwe vlaggen op hun huizen, op de hoogste bergtoppen, op de altaren op de akkers, eigenlijk overal, maar vooral zo hoog mogelijk voor zoveel mogelijk geluk in het nieuwe jaar. De bidvlaggen hebben 5 kleuren: blauw (staat voor de lucht), wit (staat voor de wolken), rood (staat voor het vuur), geel (staat voor de aarde) en groen (staat voor het water).

 

Er zijn drie belangrijke boeddha’s:

-         de boeddha van het verleden, ‘God van het lange leven’, hij is te herkennen aan een vaas;

-         de boeddha van het heden (Shakyamuni), ‘God van de wijsheid’, hij is te herkennen aan een (zwarte) schaal;

-         de boeddha van de toekomst (Maitreya), deze heeft geen aparte naam, want je weet niet wat je kunt verwachten van de toekomst, hij is te herkennen aan een stupa op zijn hoofd.

Een boeddha zit altijd op een lotusstoel en heeft blauwe haren. Dan zijn er nog beschermingsboeddha’s, deze komen uit de onderwereld en zien er dan ook uit als monsters. Er zijn er ontzettend veel en iedereen heeft een eigen beschermingsboeddha, afhankelijk van de dag waarop je geboren bent. Aan een bescherminsboeddha offer je geen yakboter, maar wijn of zwarte thee.

 

Als ontbijt eet een Tibetaan tsampa, een mengseltje van gemalen barly (een soort graan) met yakboterthee (zwarte thee, zout, en yakboter) en drinkt hij er yakboterthee bij. Tsampa hebben we geproefd, een monnik heeft het voor ons klaargemaakt in een klooster, het smaakt niet vies, maar gewoon als deeg. Het is een stevig deeg, dus met een flinke bal ervan in je maag kun je de dag wel doorkomen.

Oorspronkelijk groeiden er in Tibet maar drie gewassen, waarvan barly er 1 was. Maar met de komst van de Chinezen zijn er nu kassen (nog niet zo geavanceerd als bij ons, maar toch) en nu kan er bijna alles groeien.

 

Er zijn drie beroepen die als minderwaardig worden beschouwd. Het eerste beroep wordt alleen door vrouwen uitgeoefend en dat is bier verkopen. De reden waarom dit minderwaardig is, komt doordat de alcohol de drinkers veranderd (de Tibetaan schijnt een stevige drinker te zijn volgens onze gids). Het tweede beroep is dat van mijnwerker, dat komt doordat van het ijzer dat hij uit de grond haalt, wapens worden gemaakt en daarmee worden mensen gedood. Het laatste beroep is dat van slager, hij doodt dieren. Ik kan me de eerste twee nog wel voorstellen, maar die laatste niet, dat hoort toch immers bij de circle of life?

 

Er is nog heel veel meer om te vertellen, maar we moeten verder.

Voor iedereen: Tibet is een heel mooi, ruig, fascinerend, intrigerend land. Een aanrader en voor ons iets om naar terug te komen.

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen