Mooi Yunnan

Na het Karstgebergte ging het weer verder voor de laatste twee weken. Naar zuid-west China dit keer, provincie Yunnan, te beginnen in Lijiang. Weer terug naar de uitlopers van de Himalaya, weer frisse, blauwe en ijle lucht, want op 2400 meter hoogte. Maar dat realiseerden we ons pas toen alle tubes bij het openen weer begonnen te spuiten. Het is een prachtig gebied met mooie, indrukwekkende bergen.



Ons hotel ligt ideaal op de rand van de oude stad. Lijiang is namelijk verdeeld in een oude en een nieuwe stad. In de oude stad mogen geen auto’s komen en daar zijn de houten huizen, de smalle en minder smalle straatjes met kinderkopjes, bruggen en bruggetjes en water wat er overal doorheen stroomt. Met echte goudvissen erin!! In en rond Lijiang zijn de Naxi in de meerderheid. Lijiang is in 1996 door een aarbeving getroffen (7 op de schaal van Richter), waardoor bijna de hele stad verwoest werd, behalve … het oude centrum. Dit raakte wel beschadigd, maar niet zo erg als de rest van de stad. Bij de opbouw van de stad is men toen ook meer van de oude manier van bouwen gebruik gaan maken. Mede door dit alles staat Lijiang nu op de Wereld Erfgoedlijst.

We zitten midden in de Golden Week, de vakantieweek rond 1mei. Aangezien Lijiang een echte trekpleister voor de Chinezen zelf is, is het druk. Maar dat geeft niet, op de een of andere manier is dat voor ons wel zo rustig. En er is genoeg te doen. Wat af en toe minder is, is dat op het plein voor ons hotel het feest tot diep in de nacht door gaat. De eerste twee avonden hebben we het aangehoord, toen zijn we verhuisd naar een kamer aan de achterkant en dat scheelde heel wat uren slaap!

 

We hebben een dag fietsen gehuurd, weer dezelfde combinatie: Maaike en Sanne een eigen fiets, Peet met Milan achterop en Kiki en ik op een tandem. Maar wat ging het nu moeizaam, het leek wel of Kiki helemaal niet mee trapte, zo zwaar ging het. We wilden met een omweg naar Baisha door vlak voor het plaatsje naar rechts af te slaan, om dan via een halve cirkel aan de andere kant uit te komen. Maar dat viel tegen! Die kleine omweg was enorm EN bergopwaarts. We hebben het 1,5 uur geprobeerd met afwisselend fietsen en lopen en toen ging de weg nog steeds omhoog! We hebben opgegeven en zijn omgekeerd. Een half uur later zaten we in Baisha aan een verlate lunch. Baisha is een klein dorpje bekend om de fresco’s en Dr. Hu (of Ho?). Een reisboekenschrijver heeft ooit eens over deze dokter geschreven en sindsdien staat hij in elke reisgids en komen allerlei reisprogramma’s (ja, ook RTL Travel) bij hem langs. Wij hebben hem niet gezien, maar hadden er ook geen behoefte aan: we voelden ons kiplekker. We hebben door het dorpje geslenterd, dat helaas ook al aardig toeristisch aan het worden is. Maar via een zijstraatje kom je nog steeds de traditionele huizen tegen, gemaakt van modder-met-stro-bakstenen. Toen maar weer terug naar Lijiang en wat bleek: Kiki en ik hoefden bijna het hele stuk terug niet te trappen. Daarom ging het op de heenweg zo moeizaam: hier begon de berg al.

We zijn naar Black Dragon Pool Park geweest. Mooi. Daar hebben we een wandeling op de Elephant Hill (geen flauw idee waarom hij zo heet, behalve dan dat het een grote heuvel is) gemaakt, enigszins onderschat. De klim duurde en duurde maar. Toen we ’s avonds in het stadje wat aan het eten waren, konden we de heuvel zien liggen en hij was echt imposant hoog. In het begin (en aan het eind, maar dan aan de andere kant) van de klim liepen we door bos en her en der waren overal graven. Gek en apart. Het heeft wel wat, als iemand overlijdt, dat je dan de heuvel oploopt om eens in alle rust een mooi plekje uit te zoeken, waarvan je denkt dat hij/zij dat ook wel mooi gevonden zou hebben.

En toen hadden we nog twee dagen. Dus voor vrijdag een auto geregeld om naar Tiger Leaping Gorge te gaan. Alleen al voor de naam (legende gaat dat er ooit een tijger over de gorge gesprongen is)! En verder natuurlijk voor de mooie vergezichten. Eigenlijk hoor je door de gorge te trekken, 2 tot 4 dagen, maar dat ging echt niet, dus wij zouden alleen gaan kijken. Om er te komen is maar zo’n 75 km, maar je moet de bergen door, dus 2 uur bochtjes rijden. Het moet er heel mooi zijn, maar wij hebben er helaas niets van gezien. Donderdagnacht begon Maaike met spugen en daar ging ze vrijdag nog mee door. Ook Sanne en ik waren niet helemaal lekker. Dus vrijdag was een hotelkamerdagje. Waren we nu maar wel bij Dr. Hu langs geweest! Om nu na zo’n dag gelijk die bochtenweg te maken en zondag weer op weg naar Dali leek niet zo’n goed idee. Dus zijn we maar gaan shoppen: alle dames een pashima/zijde sjaal en Milan een houten pistool. Tiger Leaping Gorge: misschien ooit nog eens een andere keer?

 

En zo gingen we zondag in ieder geval uitgerust naar Dali. We werden in ons hotel opgehaald door een luxe auto die ons via een alternatieve route naar Dali zou brengen. Er gaat een snelweg naar Dali, dan ben je er in 3 uur. Met de oude weg doe je er 2x zo lang over, maar het is een hele mooie route en onderweg hebben we nog Shibaoshan (een oud klooster) bezocht. Het was echt super, een onwijs mooie rit!! We reden door boerendorpjes, akkers, bomen, zo groen en vruchtbaar, maar ook nog zo primitief (alles handmatig). Een aanrader!

 

Ook Dali is weer verdeeld in een oude en een nieuwe stad. Alleen de nieuwe stad ligt zo’n 15 km van de oude stad vandaan. De oorspronkelijke oude stad bevindt zich binnen een stadmuur met indrukwekkende poorten (maar niet zo mooi als in Xi’an). Wij zaten in een leuk klein hotel net iets buiten het oude centrum. Het was een Tibetaans hotel (van een Nederlandse vrouw en een Tibetaanse man) en het was echt leuk om al die dingen uit Tibet weer terug te zien. Bovendien hadden ze hier een grote binnenplaats met allerlei kinderfietsjes en stepjes, de kinderen hoefden niets meer te zien, die wilden alleen maar in het hotel blijven.

Dali zelf heeft een opgeknapte oude stad, gezellig en gemoedelijk. Qua sfeer lijkt het wel op Lijiang. We vonden het er dan ook heerlijk. In Dali zijn de Bai in de meerderheid. De vrouwen hiervan zijn, voor zover ze nog klederdracht dragen, te herkennen aan rood met blauwe kleding. Ook hier hebben we weer een dag fietsen gehuurd, het was planttijd van de rijst en iedereen was dan ook volop aan het werk op de akkers. We zijn naar de Shaping market geweest en hebben voor de poort van de drie pagoda’s gestaan.

Iedere keer als we door het centrum van Dali rondliepen, werden we ‘aangesproken’ door een schoenmaker die ons wees op onze schoenen en dat die toch echt gemaakt moesten worden. Nu hebben alle kinderen inmiddels al weer hun derde paar schoenen aan hun voeten en oke, ze zien er niet heel nieuw uit, maar toch zeker niet alsof ze gemaakt moeten worden. Behalve … die van Milan. Hoe hij het voor elkaar krijgt, geen idee, maar zijn schoenen zien er inderdaad niet uit. En toch laten we het maar even zo, we gaan bijna naar Thailand en vanuit daar alleen maar zuidelijker: het sandalentijdperk gaat eraan komen. Hij zingt het nog wel even uit. Maar die meneer begreep daar natuurlijk niets van.

 

En toen was het, na zes weken, tijd om China te verlaten. We zijn er twee weken langer gebleven dan oorspronkelijk de bedoeling was. We moesten echt door en het was ook wel goed zo, we hadden ook wel zin om door te gaan.

Het was heel apart om in China te zijn geweest. Beijing is een wereldstad met heel veel cultuur. Veel Chinezen toeristen, veel (on)gevraagd op de foto. Een schone stad met beleefde en vriendelijke mensen. Volop in voorbereiding voor de Olympische Spelen van volgend jaar en ja, het stadion van de openingsceremonie lijkt inderdaad net op een vogelnestje. We zijn er een week geweest en dat pas precies goed.

Xi’an had cultuur en was een ontspannen stad, wel veel bekijks, maar ook met rust gelaten. Moderner en commerciëler dan we hadden verwacht, die enorme shopping malls die ze daar hadden!

Chengdu is geen toeristenstad, maar is ook schoon en modern. De panda’s waren geweldig.

Over Tibet heb ik al teveel gezegd, dat was gewoon goed. Alleen voor de kinderen iets teveel bekijks en aandacht.

Guilin en Yangshuo, tja het Karstgebergte is mooi, maar ga naar andere plaatsen.

Lijiang en Dali waren heerlijk, mooie omgeving, frisse lucht, leuke, aardige mensen en dat blijven ze, ook als ze wat verkopen, het wordt nergens drammerig. Wel hebben we daar veel Chinezen gezien die geld betaalden om in een jurk uit de streek gehesen te worden om zich daarmee door hun man te laten fotograferen. Zo zie je maar, de mens verschilt niet zoveel, het was net Volendam. En op het plattenland stapelen ze alles vol: auto’s, karren en mensen.

We hebben ontdekt dat je prima in China kan reizen, ook al spreek je geen Chinees. En nee, boek geen georganiseerde reis, je blijft echt heel kort in iedere plaats. Heb je pech en regent het een keer, dan heb je niets gezien. Neem de tijd en doe dan liever een kleiner stukje China. We hebben ontdekt dat de Chinezen nog steeds een aantal slechte (onhygiënische) gewoonten hebben, zoals spugen, poepen en plassen op straat, afval laten vallen waar je staat, met open mond eten en absoluut geen heer in het verkeer zijn.

Heel veel kleine Chinese kinderen hebben trouwens schoentjes die piepen als ze lopen. Waarschijnlijk omdat de ouders dan hun kinderen makkelijker op drukke plaatsen in de gaten kunnen houden. Maar ja, op drukke plaatsen lopen dus heel veel van die kindjes met van die schoentjes en dat piept dus aan alle kanten! Grappig om te horen, maar welk kind is nu van wie? De Chinezen zijn dol op kinderen en dat heeft voor ons heel wat deuren geopend en ijs gebroken. Terugkijkend vinden we dat we een toptijd hebben gehad en het de verlenging van 2 weken (die we nu korter in Thailand en Maleisie kunnen blijven) dubbel en dwars waard was!

 

Zai jian China! Sawadee Thailand!

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen