Tijd voor Thailand

En toen was het, na zes weken China, tijd voor Thailand. We vlogen vanuit Kunming rechtstreeks naar Chiang Mai. Wat was het heerlijk om weer in Thailand te zijn!



Toen naar Chiang Mai zelf, de ‘Roos van het Noorden’, de stad met zoveel wats (tempels) dat je er wel een jaar moet verblijven om ze allemaal te zien. Maar ook met de beroemde Night Bazaar, allemaal kraampjes met van alles, heel gezellig. We hebben het allemaal gedaan: ’s ochtends een tempel bezoeken, ’s middags lessen en zwemmen (wat een chloor zat er in het zwembad, op Sanne na hadden alle kinderen weer groene haren) en ’s avonds lekker (Thaise curry!!!) eten en langs de tentjes struinen.

We zijn naar de Wat Phra Singh geweest, de meest bezochte tempel, gebouwd rond de 14e eeuw en in het bezit van de Phra Singh boeddha, de heiligste boeddha van het noorden.

We hebben rond de Wat Chedi Luang gelopen. Een stupa die ooit 90 meter hoog was, maar nu enigszins een ruïne is. Hij heeft wel hele mooi, enorme slangachtige beschermers (naga) bij de trappen staan. Hier heeft ooit de ‘Emerald Buddha’ (wat eigenlijk een jade boeddha is en geen smaragd) gestaan, totdat deze, via Laos, naar Bangkok werd verhuisd. Hij staat nu in de Wat Phra Kaew in Bangkok.

De Wat Suan Dok hebben we ook bewonderd. Het verhaal gaat dat de grootste stupa hier iets (wat dat dan was weten we niet) had wat ooit van Boeddha geweest was. Dat ‘iets’ heeft zich op onverklaarbare wijze gedupliceerd. Dat gedupliceerde iets hebben ze op de rug van een witte olifant gebonden en die olifant hebben ze laten lopen. De olifant is toen gaan lopen, stond op een gegeven moment stil en dat was een teken om een nieuwe wat te bouwen voor het gedupliceerde item. Dat is toen de Wat Phra That Doi Suthep geworden. Verder is nog heel opvallend hier de witte stupa’s die buiten staan.

En we zijn met de sawngthaew (ik kan het niet uitspreken) naar de Wat Phra That Doi Suthep geweest Een sawngthaew is een kleine pick-up met achterin 2 plankjes aan de zijkanten waar je op kunt zitten. Je stapt achter in en uit en je betaalt meestal een vast bedrag voor welke rit dan ook. Het zijn dan een soort kleine bussen, maar je kunt ze ook gebruiken als taxi, dan spreek je gewoon een bedrag af. Het is minder koel dan een airco-taxi, maar wel goedkoper en, in tegenstelling tot de tuk-tuk, passen we hier wel met z’n allen in. Je ziet ze heel veel in Chiang Mai.

De Wat ligt buiten Chiang Mai op de Doi (=berg) Suthep (1676 m), een hele heilige plaats in het noorden. Voor je bij de tempel komt moet je een trap met ongeveer 300 treden beklimmen. Maar dat is vast geteld van beneden af en daar is genoeg te zien om niet in 1x door te lopen. Wij hebben alleen de treden van de versierde trap geteld en dat zijn er zeker 75 minder! Ze zeggen dat de gouden stupa de stoffelijke resten van Boeddha bevat (vandaar dat het zo’n heilige plaats is), maar wij kwamen er later achter dat bijna iedere grotere plaats wel een tempel heeft waar iets ligt wat van Boeddha geweest moet zijn. Hoe heeft dat lichaam zich ooit zo kunnen verspreiden?

 

Uiteraard hebben we ook les gegeven, ben ik gemasseerd en hebben we een enorme doos met souvenirs uit China en Tibet naar huis gestuurd. En hebben Maaike en Sanne nog op de klimmuur geklommen. Maaike heeft de top gehaald, een geweldige prestatie!

En toen, na 8 dagen, rond en in Chiang Mai, hebben we een mini-van geregeld om ons ergens anders naar toe te brengen: Pai.

 

We hebben heel erg getwijfeld over een jungletocht, maar het regenseizoen was iets te vroeg begonnen. Het regende in ieder geval om de dag, maar toch ook regelmatig iedere dag. We durfden het niet aan om met de kids dan drie dagen door de ‘jungle’ te gaan trekken. We komen nog wel een keer terug.

Onderweg naar Pai zijn we nog wel bij een aantal bergstamdorpen langs geweest. We hebben de Karen gezien, de Big Ear en de Long Neck.

 

Pai is een klein dorpje dat op honderd-nog-wat kilometer van Chiang Mai afligt. Het is een hele mooie rit, die helaas door de bergen gaat en dus ruim drie uur duurt. Gelukkig hadden we een chauffeur die wist hoe je moet rijden met vier kleine kinderen en met 30 km/uur zijn we er naar toe gereden. Pai ligt in een groene vallei, een prachtige omgeving. We hebben twee dagen een brommertje (tja, fietsen in de bergen, we hebben het geprobeerd in China, maar we laten het maar aan anderen over) gehuurd en de omgeving verkend. Heel mooi, heel stil, heel landelijk. Ook hier weer veel dorpen met bergstammen in de buurt.

Na 4 heerlijke dagen zijn we weer terug gegaan naar Chiang Mai om vervolgens met de bus af te zakken naar beneden. Phitsanoluk was de volgende bestemming.

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen