Een stukje zuidwaarts ... in Thailand

Inmiddels zijn we er al niet meer, hebben we zelfs Bangkok al achter de rug. Maar het reisverhaal was gebleven bij Chiang Mai. Dat gingen we verlaten om, met de bus (ja, Con, ondanks alles toch 1x met de bus in Thailand), naar Phitsanoluk af te reizen.



Phitsanoluk ligt een beetje in het midden tussen Chiang Mai en Bangkok. Het is ooit, in de 15e eeuw, 25 jaar lang de hoofdstad geweest van Thailand en het is momenteel de enige stad in Thailand waar het is toegestaan om op een woonboot te wonen binnen de stadsgrenzen. Er mogen geen nieuwe meer bijkomen en dat kun je wel zien aan de boten die er nog liggen. Het zijn er niet veel meer en ze zijn in erg slechte staat.

We kwamen naar Phitsanoluk voor twee dingen: de Wat Phra Si Ratana Mahatat (ook wel Wat Phra Si of Wat Yai) en voor Sukothai.

De Wat Phra Si is vooral beroemd door de Chinnarat Boeddha, een van de meest gekopieerde boeddha’s van Thailand. Hij heeft een rand om zich heen (zoiets als een halo, maar dan anders), die aan de onderkant uitkomt in slangachtige hoofden. Toen wij er waren was er iets aan de hand, want in de tempel zat het vol met mensen op stoelen en werd er onophoudelijk gebeden door monniken die met z’n allen een draad vasthielden. En dat is zo gebleven alle dagen dat wij er waren. We hebben het beeld dus helaas niet van heel dichtbij gezien.

We zijn ook een dag naar Sukothai geweest en dat was super! Het was duidelijk geen hoogseizoen, want het was superstil. We hebben fietsen gehuurd, eindelijk ook een klein genoeg voor Kiki, en zijn gaan fietsen tussen de tempels door. De ruines in Sukothai staan op de werelderfgoedlijst en zijn echt heel mooi en indrukwekkend. Zeker als het stil is. We hadden wel een nadeel: het was bloedheet. Met heel veel water hebben we uiteindelijk alle tempels gezien die we wilden zien, op 1 na: de Wat Si Chum, een erg fotogenieke Wat. Maar ach, het was genoeg en een geweldige ervaring.

We zijn in Phitsanoluk nog naar een museum geweest en een klein fabriekje waar ze bronzen beelden maakten. Leuk om het proces te zien.

Wat we ons van Phitsanoluk ook zullen herinneren is het sportieve karakter ervan. Nergens anders in Thailand hebben we zoveel mensen bezig gezien met bewegen. Er stroomt een rivier/kanaal door Phitsanoluk met een kade erlangs. Bovenaan de kade is de stoep, maar onderaan is ook een stoep en daar loopt iedereen vanaf 5 uur hard. Jong, oud, man of vrouw er wordt enorm veel hardgelopen. Als je dan bij de brug in het centrum van de stad komt, dan is daar een pleintje en daar wordt iedere dag van 6 tot 7 uur ’s avonds aerobicsles gegeven. En daar doen geen 30 man aan mee, maar 200 mensen, jong, oud, man en vrouw! Op de stoepen, op de trappen, ze zoeken een plaatsje en doen mee. Nergens anders gezien, heel apart.

En naast het ‘aerobicspleintje’ staan de stoelen en liggen de matrassen voor massage. Dus je kan zo na de les gelijk door voor een spierontspannende sessie. En daar weer naast was iets geks, voor ons althans. Je kon een kleurplaat, die op een houten raamwerk was gespannen, kopen, samen met wat verf en dan waren er allemaal kleine lage tafeltjes waar je op de grond aan kon gaan zitten om de kleurplaten in te verven. Razend populair, maar dan wel onder de 18 tot 28-jarigen! En de kleurplaten waren Mickey of Minnie Mouse, Winnie de Pooh en stripfiguren die wij niet kenden. De meiden vonden het maar raar, al die grote mensen die een kleurplaat van Winnie de Pooh aan het inkleuren waren.

 

Na Phitsanoluk en Sukothai ging het met de trein naar Ayutthaya. Een aantal uren in de trein, maar gelukkig had de trein van half 10 airco, dus die maar genomen. Eenmaal in de trein bleek de airco te bestaan uit een fan aan het plafond en alle ramen en deuren open! Dat was even een tegenvallen. Bovendien had Peter aan het ontbijt een soepje gegeten met varkensvlees, waarbij het varkensvlees iets te kort was gekookt: na een uur heeft hij alleen nog maar boven de wc gehangen. Voor hem leek de reis wel 15 uur te duren, terwijl het toch maar 4 (?, ik weet het niet meer precies) uur was. Maar goed, eenmaal aangekomen, gelijk met de tuk-tuk (we pasten er allemaal in, met bagage!) naar het hotel. Eindelijk airco en een bed voor Peter, de rest van ons ging zwemmen.

De volgende dag een beetje door de stad gewandeld en gelezen wat we allemaal willen zien. Want Ayutthaya heeft heel veel tempels en ruines van tempels die ook op de werelderfgoedlijst staan. Ze staan alleen iets minder bij elkaar dan in Suhothai. We hebben een tuk-tuk geregeld en zijn een aantal ruines afgegaan. De Wat Yai Chai Mongkhon (hele grote stupa en liggende boeddha), de Wat Phanan Choeng, de Wat Phra Si Sanphet (drie grote stupa’s in specifieke Ayutthaya stijl), de Wat Na Phra Meru en uiteraard de Wat Phra Mahathat (het boeddhahoofd in een boom). En toen waren de kinderen er wel klaar mee en wij dus ook. Het was mooi geweest, tijd voor het zwembad, want het was wederom te heet om in de zon te lopen.

 

Vooral Sukothai heeft heel veel indruk gemaakt, zoveel geschiedenis, zoveel indrukwekkende ruines, stupa’s en boeddha’s. En zo stil.

 

Twee weken natuur in Chiang Mai en Pai, een week cultuur in Phitsanoluk/Sukothai en Ayutthaya, het werd tijd voor de wereldstad Bangkok. En dus hebben we maar kaartjes (derde klas dit keer, dat schept tenminste geen verkeerde verwachtingen) voor de 1,5 uur durende rit van Ayutthaya naar Bangkok gekocht.

Terug

Foto's

De Tijd

2
Nederland:
Nederlandse tijd
Nederland:
Lokatietijd

Laatste verslagen